Rijksweg Zuid 111a
6161 BH  Geleen
046 - 4741733

STUUR EEN E-MAIL

 

Hond: Aandoeningen van het Ellebooggewricht

In de elleboog van de jonge hond komen vijf belangrijke afwijkingen voor. Deze zijn: de losse processus anconeus (LPA) , de losse processus coronoideus (LPC), OCD, de step en chondromalacie.
Hieronder volgt een korte toelichting op het losse processus anconeus en losse processus coronoideus. Net als OCD kunnen deze elleboogdysplasie veroorzaken.
Voor meer uitgebreide informatie over elleboogdysplasie moet u kijken onder de knop elleboogdysplasie.

Step
De step is een afwijking waarbij radius en ulna niet even lang zijn en de langste overmatig wordt belast. Daardoor ontstaat kraakbeen lesies op de langste kant. Een chirurgisch techniek kan dit probleem oplossen (verkorten van het langste bot).
Tenslotte nog een woordje over het gelijktijdig voorkomen van gewrichtsafwijkingen in meerdere gewrichten.

Honden die afwijkingen vertonen in één gewricht zijn steeds verdacht van afwijkingen in andere. Vandaar dat wij ervoor pleiten om bij deze jeugdige honden die mank zijn een algemeen radiografisch overzicht te maken, daarbij wensen wij dat de aandacht wordt gericht op de twee schouders, de twee ellebogen, de twee knieën, de hakken en de heupen. Dit onderzoek kost U meer dan een onderzoek van enkel dat éne gewrichtje waar het pijn doet. Deze extra uitgave is echter wel besteed, omdat U een groot overzicht krijgt van uw hond op jeugdige leeftijd en weet wat U te wachten staat. Niets is inderdaad meer frustrerend dan om een chirurgie ingreep te laten verrichten om dan enkele weken laten te moeten concluderen dat er nog andere problemen zijn, dat er nog andere gewrichten met afwijkingen zijn waar ook opnieuw moet aan geopereerd worden.
Zo'n uitgebreid radiografisch onderzoek vraagt een lichte narcose, een half uur inspanning en tijd van U en U hebt een grondig overzicht over de gewrichten van uw hond waar U plezier van hebt de volgende 12 jaar.

Chondromalacie
Chondromalacie is een kraakbeenafwijking in een normaal gevormd ellebooggewricht zonder losse stukken. De oorzaak is ongekend en een echte behandeling is er niet.

Losse Processus Anconeus (LPA)
De losse processus anconeus (LPA) ziet men hoofdzakelijk bij jonge Duitse herders. In de leeftijdscategorie van 4 tot 9 maand vindt men deze patiëntjes die manken op één of soms beide voorpoten en die bij onderzoek pijnlijk zijn in de elleboog. Op radiografie ziet men dat de processus anconeus niet vastgegroeid is aan de ulna en aldus als een los stuk been in het gewricht aanwezig is. Recent onderzoek wijst erop dat dit probleem voorkomt ten gevolge van een ongelijke groei van de twee onderarm benen. Doordat de radius iets sneller groeit dan de ulna is deze ulna relatief te kort en raakt de processus anconeus klem in het opperarmbeen. Daardoor ontstaan er abnormale krachten bij beweging die beletten dat deze processus vastgroeit.

De behandeling van het probleem bestond in het verleden steeds uit het verwijderen van het los stuk. Dit is een eenvoudige techniek maar hij heeft verschillende nadelen. Het meest belangrijke nadeel is dat het gewricht naderhand niet meer zijn normale anatomische vorm heeft en een abnormale beweeglijkheid vertoont. Hoewel deze miniem is, is het toch voldoende om artrose te induceren. Honden die aan deze aandoening geopereerd zijn zullen dus steeds artrose vertonen en vaak nog een beetje mank zijn, voornamelijk na lange rust of na erge inspanning. Niet opereren leidt haast steeds tot zeer ernstige artrose en veel pijn. Een nieuwe techniek voor de behandeling van deze aandoening bestaat uit het doorzagen van de ulna al dan niet in combinatie met het vastzetten van het losse stuk met schroeven of pinnen. Alhoewel het te vroeg is om definitieve uitspraken te doen over deze nieuwe techniek lijken de resultaten bemoedigend.

Losse Processus Coronoideus
De tweede afwijking is de losse processus coronoideus (LPC). Deze ziet men vooral bij Golden Retrievers, Labradors, Bernen Sennen honden en Rottweilers.
Hier zit een klein los stukje been en kraakbeen los dat behoort tot de ulna en ligt op de grens tussen de ulna en de radius vooraan in het gewricht. Dit stukje kan op meerdere plaatsen los liggen : aan de buitenkant of aan de binnenkant van de ulna of de hele top kan los liggen. Ook hier blijkt uit recent onderzoek dat dit los stuk veroorzaakt wordt door een ongelijke groei in radius en ulna. De symptomen ziet men vaak vroeg rond de leeftijd van 5 à 8 maanden. De honden zijn vaak mank op de twee voorpoten want uit een grote genetische studie blijkt in ongeveer 80% van de gevallen de ziekte voorkomt in de twee voorpoten. Zeer vroegtijdig zal men dan ook radiografische afwijkingen vinden die de eerste tekenen van artrose tonen. Deze afwijkingen zijn echter zo miniem dat ze enkel waarneembaar zijn op perfect genomen radiografieën.

Uit onderzoek blijkt dat door vroegtijdig verwijderen de artrose die optreedt kan beperkt worden. Bij niet verwijderen zullen deze honden steeds zeer ernstige vormen van elleboog artrose vertonen. Het klinische sukses, dus het goed functioneren van de hond na chirurgie, is meestal goed. In ongeveer 85 % van de gevallen zullen deze honden perfect functioneren. Wel hebben ze vaak herstelperioden van 3 maand nodig. Deze ingreep verrichten we momenteel onder arthroscopie zodat er geen sneden meer zijn.
OCD ziet men hoofdzakelijk bij dezelfde rassen als deze waar de losse processus coronoideus bij voorkomt. Ook hier zit, zoals bij de schouder, een grote losse kraakbeen flap in het gewricht. Vanaf de leeftijd van 5 à 6 maanden ziet men radiografische veranderingen optreden in het gewricht.

Tot nog toe wordt enkel het losse stuk verwijderd. Men hoopt dat er nieuw kraakbeen zal groeien op de plaats van de verwijderde flap. Dit kraakbeen is meestal echter van slechte kwaliteit zodat normale functie van de elleboog nooit kan gegarandeerd worden. Bij sommige honden komt gelijktijdig OCD en een losse processus coronoideus voor. Het vooruitzicht voor deze honden is steeds gereserveerd. Zeker als de aandoening aan twee kanten voorkomt. Meestal is er al uitgebreide artrose aanwezig op zeer jeugdige leeftijd als de diagnose wordt gesteld.