Rijksweg Zuid 111a
6161 BH  Geleen
046 - 4741733

STUUR EEN E-MAIL

 

Kat: De opvoeding

Algemeen
Katten hebben bijna geen opvoeders nodig. Een kitten van drie maanden heeft van zijn moeder reeds alle belangrijke dingen geleerd : het is zindelijk en verzorgt zelf zijn vacht en nagels. Toch moet een huiskatje leren samenleven met mensen en een aantal vuistregels volgen. Om een goede verstandhouding met uw poes op te bouwen is het nuttig om het leerproces en de taal ervan te begrijpen.   

De inprentingsperiode
Vanaf de leeftijd van twee tot vier weken is een kitten zeer gevoelig voor allerhande indrukken. De eerste contacten met de omgeving op zeer jonge leeftijd gaan mee het karakter van de kat bepalen. Wanneer een kat geen of heel weinig mensen heeft gezien in de inprentingsperiode wordt het een angstige kat voor mensen. We zien deze angst vaak bij jongen van verwilderde katten en katten van een boerderij. Hoewel u deze katjes met veel aandacht en geduld kunt doen wennen aan uw aanwezigheid, zullen het vaak schichtige diertjes blijven, die wegschieten wanneer u visite hebt. Let er dus bij de aanschaf van een kitten op, dat het reeds vóór de leeftijd van vier weken contact heeft gehad met mensen.

De socialiseringsperiode
Vanaf vier tot zeven weken gaan kittens spelenderwijs leren omgaan met soortgenoten en vaardigheden van het dagelijks leven oefenen. Tijdens deze fase moet u intensief met de kitten bezig zijn: het in contact brengen met honden en andere katten, leren omgaan met kinderen en visite, vervoeren in de auto, laten omgaan met alledaagse geluiden zoals de stofzuiger of het verkeer en ook in de oren en de mond laten kijken (dit maakt het onderzoek van de dierenarts later minder beangstigend).

Een kat is geen minihond
Vanaf een week of zes kan je een kat bepaalde commando's leren, maar let wel : een kat is geen hond ! Honden zijn van nature sociaal levende dieren. Katten daarentegen jagen in de natuur alleen en zijn niet van een groep soortgenoten afhankelijk om te overleven. Als u een kat iets wilt aan- of afleren moet dit spelenderwijs en zonder dwang gebeuren. De handeling die een positief gevoel oplevert wordt door de kat herhaald, de handeling die een naar gevoel oplevert zal ze vermijden. Als u uw kat een vervelende gewoonte wilt afleren, moet u dat gedrag onmiddellijk laten volgen door iets vervelends voor de kat. Achteraf straffen heeft nooit zin ! Het dier wordt dan alleen maar bang van u. U kunt de kat doen ophouden met storend gedrag (bijvoorbeeld krabben aan het meubilair) door haar nat te spuiten met een straaltje water uit de plantenspuit of door haar te doen schrikken van een hard geluid op het moment dat ze hiermee bezig is. Zorg dus dat u haar op heterdaad betrapt en dat u haar vanachter een hoekje met de plantenspuit bewerkt.

Katten spreken een eigen taal
De kattentaal omvat meer dan duizend klanken. Veel geluiden kunt u ook zonder oefenen meteen begrijpen. Naast geluiden maakt de kat ook nog gebruik van lichaamstaal. Aan de kleinste verandering in de wijdte van de pupillen, het subtiele orenspel en de kleinste beweging van de staart kunnen katten bij elkaar al zien wat er aan de hand is.

De taal van de staart:
-  Hoog opgehouden als begroeting naar bekende katten, mensen of andere dieren.
-  Opgezet en stijf omhoog betekent een onzekere dreiging.
-  Een opgezette kromme staart is een verdedigende aanval.
-  Een zwiepende staart is een dreigende aanval.
-  En opgezette, opzij gedraaide kromme staart duidt op een snelle vlucht.

Ook met de oren en stand van de snorharen maakt de kat haar stemming duidelijk:
-  De genietende kat : de oren zijn gespitst met ontspannen snorharen, de pupillen zijn normaal, soms worden de ogen half dicht geknepen.
-  Een bange kat : heeft wijde pupillen, de oren liggen plat op de kop, evenals de snorharen.
-  Een woedende kat : de oren zijn gespitst en naar voor gedraaid, de pupillen zijn tot spleetjes vernauwd, de snorharen staan naar voren.

Heel het lichaam van de poes spreekt mee als ze een andere kat wilt imponeren:
-  De kop wordt hoog gehouden.
-  De poes loopt hoog op de poten.
-  De staart gaat plots omhoog, maar bij langdurige dreiging blijft de staart rustig. Bij erge opwinding kan de staart dan plots heen en weer zwiepen.
-  De haren op de ruggengraat en staart worden recht gezet, zodat een scherpe kam ontstaat.
-  Ze kan spugen of grommen of dreiggehuil laten horen, vooral bij concurrerende katers, waarbij ze langzaam op elkaar afkomen.
-  Intens aankijken.
-  Vernauwde pupillen wijzen op agressie.

Een bange poes, in de verdediging gedrukt, herkent u aan:
-  Een hoog gehouden kop, maar naar achter getrokken.
-  Een opgezette, gekromde staart.
-  Hoog op de poten, maar met ingeknikte achterpoten.
-  Een opgezette ronde rug (duidt op angst).
-  Een opgezette vacht over het hele lijf en de staart.
-  Blazen.
-  Oren naar achter en zijwaarts gevouwen.
-  Wijde pupillen wijzen op angst.